Ik sta op station Heiloo en wacht op de intercity naar Amsterdam. Over twee uur begint de Canal Parade, onderdeel van WorldPride Amsterdam. Een van mijn beste vriendinnen woont aan de Prinsengracht, op driehoog. Van daaruit hebben wij het beste uitzicht. Ik kijk uit naar een mooie dag.
Even later sta ik voor haar raam. Het is zeven jaar geleden dat ik hier voor het laatst naar de botenparade keek. Ik herinner me een bonte, wilde chaos. Bekende Nederlanders, halfblote mensen en allerlei kleurrijke types stonden door elkaar op de boten en langs de gracht te dansen en te feesten.
De eerste boot is van de gemeenteraad van Amsterdam, met Femke Halsema voorop. Leuk, denk ik, en neem een slokje van mijn colaatje. Als de parade vordert, merk ik dat er iets is veranderd. Ik zie een politieboot vol agenten in uniform. Daarna een KLM-boot met piloten en stewardessen in KLM-uniform, een boot van de Rabobank en een van het ministerie van Onderwijs. Iedere boot heeft een naam, boodschap, huisstijl en identiteit. Niemand lijkt toevallig aan boord te zijn beland. Naast mij staat een aardige jonge vrouw die ik pas een halfuur ken. Ze laat me de app zien waarin alle 80 boten keurig beschreven staan. Zelfs de mannen in strings varen samen op een boot met de naam ‘Fetish’. De uitbundigheid heeft blijkbaar ook een eigen afdeling gekregen.
Ik weet niet wat ik ervan vind. De parade is in zeven jaar tijd professioneler, georganiseerder en braver geworden. Is dat vooruitgang, vraag ik me af, of is iets van de wilde vrijheid verloren gegaan?
Als ik een filmpje voor Instagram maak, richt ik mijn telefoon op de mensen langs de gracht. Ineens zie ik wat ik zeven jaar geleden ook zag: mensen in alle kleuren en kledingstijlen. Niemand in uniform, niemand die een organisatie vertegenwoordigt en niemand die eerst door een communicatieafdeling is gecontroleerd. Ik ben blij om dat te constateren en richt me weer op de boten. Misschien mis ik daar de ongecontroleerde uitbundigheid van vroeger. Maar misschien is dit juist een mooie ontwikkeling. Mensen hoeven hun uniform niet uit te trekken om zichzelf te mogen zijn. Ze kunnen juist als politieagent, KLM-medewerker, ambtenaar of zelfs een premier laten zien wie ze zijn en waar ze voor staan.