Het is kwart voor negen ’s ochtends in Houston als wij aankomen bij Rice Stadium, het stadion van de universiteit. Hoe dichter wij bij de ingang komen, hoe meer oranje shirts wij zien. Eerst een paar, daarna steeds meer, tot wij uiteindelijk in een hele stoet meelopen. Op het parkeerplein is een grote fanzone. En daar zie ik hem: de oranje bus. Ja, díé oranje bus, waar de hele wereld inmiddels over lijkt te praten. Wij lopen er snel naartoe, want de bus staat op het punt te vertrekken.
Aan beide kanten van de bus lopen mensen met een touw, zodat niemand te dicht bij de bus komt en er geen ongelukken gebeuren. Mijn vriend, groot en sterk, gaat naast een meisje met zo’n touw staan. Ik een beetje achter hem. En zo lopen wij anderhalf uur lang achter de oranje bus aan, richting het NRG Stadium. Dansend, springend van links naar rechts. Iedereen is vrolijk. Mensen kennen elkaar niet, maar ineens zijn we een wij. Wij in een oranje shirt. Wij achter de bus. Wij die zweten, lachen en voor even allemaal dezelfde kant op lopen.
Wat ik mij onderweg realiseer, is dat lang niet iedereen in die stoet Nederlander is. Er lopen mensen uit Houston zelf. De lokale voetbalclub, Houston Dynamo FC, speelt ook in oranje. Dus niet iedereen draagt oranje voor Nederland. Sommigen dragen gewoon hun eigen club. En toch maakt dat op dat moment helemaal niets uit. En dan denk ik, geboren in Siberië, opgegroeid in Moldavië en lopend in een oranje jurkje achter de oranje bus: wanneer is een land eigenlijk jouw land? Als je er woont? Als je de taal spreekt? Als je de cultuur begrijpt?
Later, als wij alweer in Nederland zijn en het Nederlands elftal de groepsfase heeft overleefd, hoor ik bij de sportschool iemand aan een Marokkaanse jongen vragen: ‘Voor wie ben jij straks eigenlijk?’
‘Voor allebei,’ zegt hij eerlijk.
Inmiddels weten we het. Nederland verloor van Marokko na penalty’s. Weg WK-droom. Weg oranje roes. Dat deed pijn, eerlijk gezegd! Maar misschien laat juist verliezen zien waar je hart zit. Bij het land waar je vandaan komt. Of bij het land waar je woont. Of kun je meerdere landen in je hart dragen en toch heel oprecht wij zeggen?