Mijn zoon kwam op een avond huilend thuis, nadat hij voor het eerst bij de nieuwe buur had gespeeld. Ze hadden gestoeid. Zoals jongens doen. Zijn schouder hing vreemd. Op de eerste hulp bleek het een gebroken sleutelbeen. Mitella om, naar huis.
Later die avond ging de bel. Daar stonden onze nieuwe buren en hun vierjarige zoon Quinten. Ze hadden gehoord dat wij naar de eerste hulp waren gegaan en kwamen vragen hoe het ging. Vanaf die dag trokken de jongens vaker met elkaar op. Bij ons. Bij hen. Buiten op straat. Voetballen. Fietsen. Ik zag ze groot worden.
En nu, jaren later, staat Quinten namens de VVD nummer drie op de verkiezingslijst voor de gemeenteraad in Bergen. Eigenlijk verbaast het mij helemaal niet. Hij had altijd al een uitgesproken mening en kon die ook duidelijk uitdrukken. Dat zat er al vanaf zijn kinderjaren goed in.
Afgelopen zomer zag ik hem op de verjaardag van mijn zoon. Het gesprek ging al snel over de gemeenteraadsverkiezingen. Ik zei hoe bijzonder ik het vond wat hij doet. Veel jongeren zijn vooral bezig met hun eigen toekomst. Maar hij kiest ervoor om zijn eigen toekomst te verbinden aan die van de maatschappij. Ik gaf hem complimenten. Tegelijkertijd uitte ik ook mijn twijfels over de populariteit van deze verkiezingen. Bij landelijke verkiezingen is de opkomst meestal groot. Lokale politiek is minder populair. Veel mensen slaan het over.
Hij reageerde direct: ‘Stemmen doe je niet voor een systeem, maar voor jezelf en voor de generaties na jou.’
Ik glimlachte: een duidelijke mening…
Ik vroeg hem of hij ergens bang voor is in de politiek. Weer zonder aarzelen antwoordde hij enthousiast: ‘Ik ben mij ervan bewust dat politiek soms weerbarstig kan zijn en dat niet alles meteen lukt. Dat schrikt mij niet af; het motiveert mij juist om realistisch te blijven, te luisteren en elkaar met respect te blijven behandelen.’
Even zag ik niet meer het vierjarige jongetje van toen, maar een jonge man die verantwoordelijkheid durft te nemen. Dat raakte me meer dan ik had verwacht. Ik dacht aan mijn eigen dorp, waar ik al langer dan tien jaar woon. Zullen ook hier in Heiloo straks jongeren opstaan? Gaan generaties het langzaam van elkaar overnemen, en zal het dorp zichzelf opnieuw uitvinden?